Honden en kinderen.
Honden en kinderen, daar komen soms ongelukken van. Vaak zijn dit gevolgen van misverstanden over en weer.

Kinderen wordt wel het omgaan met bijvoorbeeld auto's geleerd, maar over de omgang met honden wordt vaak zeer weinig verteld.

 

Hier volgen daarom een aantal zeer belangrijke "gouden" regels.

 

Blijf uit de mand.
Laat kinderen nooit in de hondenmand zitten, het is belangrijk dat de hond weet dat de mand zijn vrijplaats is. De mand is zijn terrein. Kinderen moeten bovendien leren dat ze de slapende hond met rust laten.

 

Kijk uit met trekspelletjes.
Trekspelletjes zien er leuk uit, maar veroorzaken vaak misverstanden. Kinderen verliezen het spelletje haast altijd en daardoor denkt de hond dat hij de baas is. De hond kan gaan snauwen als het kind het touw probeert terug te pakken. Wat denkt zo'n pup of mensenkind wel niet?

 

Nooit een hond omhelzen.
Honden beschouwen kinderen als pups. En pups staan het laagst in de rangorde, die mag je corrigeren.
Kinderen die hun armen om de hond heen slaan, gedragen zich overheersend. Ze verpletteren zo'n dier met hun aanwezigheid en lopen daardoor kans op een beet in hun gezicht. Het is bovendien goed om kinderen te leren dat ze niet op honden af moeten rennen. Beter is het om de hond naar het kind toe te laten komen.

 

Aai onder de kin.
Als een kind een hond wil aaien, moet het altijd eerst toestemming vragen aan de eigenaar.
Daarna moeten kinderen de hond aan hun hand, met de palm naar boven, laten ruiken. Als het dier vriendelijk kwispelend reageert kan er geaaid worden.
Kinderen aaien honden bijna automatisch verkeerd, ze strijken met de vlakke hand over de kop. Dat is overheersend gedrag, dat aan dominante dieren en mensen is voorbehouden.
Aaien doen kinderen alleen onder de kin of achter de oren van de hond.

 

Niet storen tijdens het eten.
Hou kinderen uit de buurt van een hond die eet. Eenmaal geserveerd is het voer van het dier. Helemaal gevaarlijk is het als kinderen met hun gezicht bij de kop van de etende hond komen.

 

Nooit een aangelijnd dier aaien.
Leer kinderen dat ze aangelijnde honden en dieren achter een hek met rust laten. Zelfs dat leuke hondje dat vastgebonden zit bij de supermarkt, kan agressief reageren.
Honden achter een hek of aan een lijn hebben een territorium dat ze kunnen gaan verdedigen. Voor bazen geldt overigens dat het niet handig is een hond zomaar aan een touwtje te zetten bij een winkel.

 

Niet op of onder een hond gaan liggen.
Kinderen mogen niet op, maar ook niet onder een hond gaan zitten of liggen. Honden die over een kind of een soortgenoot heen staan, bevestigen de rangorde in hun voordeel. Kinderen die bovenop een hond zitten, doen overheersend en kunnen een conflict uitlokken.

 

Staren is gevaarlijk.
Kinderen hebben de neiging om naar de hond, die in de kamer op de grond ligt, toe te kruipen en liggen dan op ooghoogte met het dier. Honden worden zenuwachtig van starende blikken, dat vinden ze intimiderend. Leer kinderen daarom ook dat ze honden niet strak aanstaren.

 

Eigenaren moeten ervoor zorgen dat ze hun pup van een betrouwbaar adres halen. Friesland en Noord-Brabant tellen een groot aantal "puppieboerderijen" waar broodfokkers hun pups verkopen. Honden die daar vandaan komen zijn meestal niet gesocialiseerd. Ze hebben niets geleerd omdat ze de eerste maanden van hun leven in een isolement opgroeien. Daardoor missen ze sociale omgangsvormen. Ook wordt er "asociaal" gefokt door dergelijke broodfokkers, waardoor ziektes en karakterafwijkingen voorkomen.

Mensen denken vaak dat honden een soort mensengedrag vertonen, maar agressie hoort bij honden, het maakt deel uit van de communicatie van honden. Als mensen hondentaal leren begrijpen, is er niks aan de hand. Bazen moeten bovenal hun hond de baas blijven, anders gaat het dier de rangorde bepalen. Kinderen moeten de "gouden regels" onder de knie hebben.
Een gapende hond voelt zich ongemakkelijk net als de hond die zich rond de bek likt. Een dier dat wegkijkt zegt min of meer:,"hou op", net als de hond die wegloopt of naar de andere kant leunt als een kind tegen hem aanhangt.
Verstarren, het aanstaren van anderen, grommen, gromblaffen, het ontbloten van de tanden, klapperen met de tanden, snauwen, bijten en schudden zijn allemaal vormen van agressie.


Bron: Leeuwarder Courant.